· 

Het leed achter wol

Ik kan het niet zien, het filmpje van PETA over het vergaren van wol. Zoek maar es naar ‘wol’ in de zoekbalk op de website www.peta.nl. Ik kan het leed niet zien, omdat het door merg en been gaat. Toen ik pas vegan was geworden, keek ik dit soort filmpjes nog wel. En iedere keer was het een bevestiging voor mij dat ik goed bezig was. Anderen vonden het wel es wat overtrokken en hypocriet als ik een gebreide trui aan had. Maar gelukkig kon ik ze uitleggen dat ik precies wist waar mijn trui van gemaakt was (0% wol). Het leed achter wol wordt niet altijd begrepen, daarom leg ik het in dit artikel even uit. Niet omdat ik dat leuk vind, maar omdat ik het nodig vind. Met een beetje bewustwording over waar wol precies vandaan komt, kun je een positief verschil maken.

Net als alle andere dieren en mensen kunnen schapen pijn, angst, stress en eenzaamheid ervaren. Als lammetjes voor de wolindustrie nog maar heel jong zijn, krijgen ze een gaatje in hun oren, de staart wordt afgeknipt en rammetjes worden gecastreerd, waarbij het geslachtsdeel wordt afgesneden (soms afgeschoren) of afgebonden, waarna het geslachtsdeel afsterft.

 

Volgens Peta overleeft 12.5 procent van de lammetjes het eerste levensjaar. De andere 87.5 procent sterft aan infecties of verhongering. Het ergste komt nog nadat een lammetje een schaap is geworden. 

Nadelen en leed bij de productie van wol

  • Flystrike. Flystrike onstaat wanneer vleesvliegen eitjes leggen in de huid van een dier. De maden die uit de eitjes komen eten vuil uit de huid, maar ook het vlees onder huid. Dit zorgt voor vele infecties waaraan het dier vaak komt te overlijden. De vleesvliegen komen af op vuil, warmte, urine en poepresten in de huid en in de omgeving. Hierdoor kiezen veel schaaphouders ervoor om hun dieren binnen te houden. Helaas worden de vleesvliegen hierdoor niet tegen gehouden. 
  • Mulesing. Om ‘flystrike’ weg te snijden of te voorkomen wordt huid weggesneden, dit heet ‘mulesing’. Deze open wonden zorgen vaak alsnog voor infecties. Veel gemulesde schapen sterven alsnog aan flystrike.
  • Scheerders worden betaald per kilo vergaarde wol. Dit is een nadeel, omdat scheerders dan vaak zoveel mogelijk wol willen halen van zoveel mogelijk schapen. Dit resulteert in hardhandigheid, wat veel stress en letsel veroorzaakt.
  • Om ervoor te zorgen dat schapen rustig zijn en dat er veel geschoren kan worden, wordt er vaak gekozen om schapen 24 uur voordat ze geschoren worden geen eten en drinken meer te geven. Dan zijn ze slap en stribbelen ze niet meer zo tegen.
  • Normaal gesproken groeit wol om een schaap warm te kunnen houden. Je denkt misschien dat scheren echt noodzakelijk is om te voorkomen dat een schaap teveel wol met zich meedraagt. Dat is niet zo, want ieder jaar gaat een schaap in de rui en verliest het op natuurlijke wijze overtollig wol. Er zijn schapen die speciaal gefokt worden voor de wolindustrie. Deze schapen maken teveel wol aan. Dit is erg zwaar en niet goed voor gewrichten.
  • Als een schaap ouder wordt, groeit de wol minder snel dan bij jongere groepsgenoten. Je zou wensen dat een ouder schaap oud mag worden bij z’n groepsgenoten. Helaas is dat niet zo. Een ouder schaap gaat op transport (meestal vanuit Australië) naar het Midden-Oosten. Dit wekenlange transport is erg zwaar voor een dier. Vaak is er niet genoeg eten en drinken. Hierdoor overlijden veel schapen tijdens het transport. De eindbestemming van het transport is ook letterlijk het einde. Helaas wel een pijnlijk einde. Onverdoofd worden de kelen van de schapen doorgesneden.
  • De meeste wol wordt geproduceerd in Australië. Kangoeroes eten gras. In Australië heerst het idee dat kangoeroes het gras eten van het grazende vee, waaronder van schapen. Dit wordt als vrijbrief geaccepteerd om kangoeroes af te schieten. Volgens animalsaustralia.org is dit slechts een excuus om kangoeroe vlees- en huiden te commercialiseren.
  • Niet alleen schapen worden gebruikt voor het maken van kleding. Enkele andere voorbeelden: geiten, koeien, varkens, antilopen, alpaca’s, konijnen, vossen en kalfjes. 

Wat kun je doen?

  • Koop geen wol en vilt. Dat betekent labels checken. Zelfs bij 1% wol besluit ik het te laten liggen, hoe mooi een trui ook is.
  • Koop dus ook geen merino wol. Merino wol komt van schapen die speciaal gefokt worden om veel wol te kunnen produceren. Hun vacht is vaak veel te zwaar en ook gaat het scheren van dit wol (met duurzaam en diervriendelijk predicaat) niet diervriendelijk.
  • Hetzelfde geldt voor mohair (geit), kasjmier (geit), angora (konijn en soms geit) en leer (koeien, geiten, varkens, paarden, kangaroos, slangen, crocodillen).
  • Kijk uit met nepbont. Echt bont is vaak goedkoper en wordt gemaakt van onder andere wasbeerhonden, konijnen, poolvossen en coyotes, die speciaal gefokt worden voor bontjassen- en kragen. Doe hier de bonttest om erachter te komen of er bont is gebruikt voor jouw jas.
  • Kijk op www.bontvoordieren.nl/bontvrij/dierlijke-materialen-in-kleding om te ontdekken welke andere dierlijke materialen je in kleding tegen kunt komen.
  • Je kan warme kleding kopen of maken van onder andere viscose, katoen, hennep, bamboe, acryl, polyester, nylon en microfiber. 


Reactie schrijven

Commentaren: 0